Informatie over de fiets

Techniek van de (bmx) crossfiets

Een veelgehoorde vraag van nieuwe leden is “Welke crossfiets moet ik hebben en waar kan ik die kopen?”
Vraag eerst aan één van de trainers of bestuursleden wat voor fiets je het beste kunt kopen, ga in elk geval niet naar een standaard fietswinkel om een crossfiets te kopen. Zij hebben vaak alleen universele crossfietsen die waarschijnlijk niet bij jou passen en bovendien veel te zwaar zijn.
Voor de beginnende crossers is het verstandig eerst te informeren naar een tweedehands fiets. Blijk je het fietscrossen echt leuk te vinden en wil je verder dan kun je altijd nog een nieuwe aanschaffen.
Tweedehands fietsen zijn er vanaf € 150,–; nieuwe vanaf ongeveer € 400,–. Uiteraard kun je een fiets zo duur maken als je wil met nog lichtere en/of speciale onderdelen. De prijs kan dan oplopen tot € 2.500,–.Bij de aanschaf van een crossfiets is het belangrijk een fiets te kopen die zo goed mogelijk bij jouw lichaam past. Dat wil zeggen dat hij (net als een paar schoenen) niet te klein maar ook niet te groot moet zijn. Hij moet aangepast zijn op jouw lichaamslengte en kracht. Het is niet verstandig om een fiets ‘op de groei’ te kopen.
Een fiets moet niet te zwaar zijn. De “goedkopere” crossfietsen zijn vaak zwaar en niet geschikt om wedstrijden mee te rijden.Wedstrijdcrossfietsen zijn in zes maten verkrijgbaar (micro, mini, expert, expert XL, pro & pro XL-XXL). Er mogen geen spatborden of kettingkast op zitten en een voorrem is ook niet toegestaan. Verder mag een crossfiets geen uitstekende delen bevatten.

Dan de wielen: in de mini- en juniorfietsen wordt meestal gebruik gemaakt van dunne banden (20 x 1 1/8). Dit omdat het lichter trapt en voor de kleinste crossers zijn deze wielen sterk genoeg (ze springen nog niet zo hoog en hun lichaamsgewicht is laag). De expertfietsen hebben meestal 20 x 1 3/8 banden; die zijn net even sterker. De crossers vanaf 14 jaar rijden bijna allemaal op 20×160 of 20×175 banden. Dit is gewoon nodig om te voorkomen dat bij hoge sprongen de wielen dubbel klappen door het gewicht van de rijders.

Op de crossfiets zitten pedalen met veel grip. Je kunt ook kiezen voor pedalen met het zogenaamde SPD-systeem. Hiervoor heb je speciale schoenen met plaatjes eronder, die je vast kunt klikken in de SPD-pedalen; door je voet zijwaarts te draaien kom je weer los. Bij een valpartij schieten ze ook los.

Bij wedstrijden van de NFF en KNWU zijn SPD pedalen t/m 12 jaar niet toegestaan.

Onderstaande tabel geeft de verschillende maten weer beginnend bij de micro voor de 5 jarigen.

frame bovenste buis(cm) cranck (trapas) je lengte
micro mini ca 38,5 cm. 145-150 mm ca 1.22 cm
mini ca 40,5 cm 150-160 mm 1,22-1,37 cm
junior ca 43 cm 155-165 mm 1,32-1,47 cm
expert ca 45,5 cm 165-175 mm 1,42-1,63 cm
Pro ca 48,2 cm 175-180 mm 1,63-1,79 cm
Pro XL – XL ca 52 cm en meer 180-185 mm 1,80 en meer

Dit zijn richtgetallen, dus als je tot de conclusie komt dat je fiets niet in deze tabel past en je rijdt toch lekker, geen paniek en rustig op je fiets doorgaan. De maten van het stuur zijn ook afhankelijk van de lengte (en schouderbreedte) van de rijder. Het  stuur kan meegroeien in zowel de breedte als in de hoogte. Een te smal stuur geeft minder controle over de fiets, met een te breed stuur kun je minder snel reageren.

Er is nog een aparte klasse crossfietsen met grotere wielen (24 inch); de zogenaamde cruisers. Deze worden meestal door de wat oudere rijders gebruikt (soms tot 60+).

 

De kracht die nodig is om een fiets vooruit te krijgen is van een aantal zaken afhankelijk:
1) de diameter van de wielen  grotere wielen leggen per omwenteling meer afstand af en kosten dus meer kracht.
2) de tandwiel-verhouding  bepaalt het aantal omwentelingen van het wiel per pedaal-omwenteling.
3) de lengte van de cranks (de armen van de trappers)  langere cranks trappen lichter, maar je hebt wel langere benen nodig. Vuistregel: Meet de binnenbeenlengte (BBL).

BBL<60cm dan BBL(in cm) x 2,5 + 10 = lengte cranks (mm).

BBL>60cm dan BBL(in cm) + 100 = lengte cranks (mm).

4) de dikte van de banden  dunne banden hebben minder rolweerstand (rollen lichter) maar wanneer de rijder zwaarder wordt zakt hij verder in de baan (of  door zijn fiets) waardoor hij weer zwaarder rolt.
Crossers die gewend zijn op dunne banden te rijden blijven dit meestal doen tot ze sterk genoeg zijn om met dikke banden dezelfde snelheid te ontwikkelen. Wanneer je te vroeg naar dikke banden overstapt verlies je te veel snelheid.
Bij het overstappen van dunne naar dikke banden moet je het verzet zo aanpassen dat je dezelfde afstand per pedaal-omwenteling houdt. Blijf zo lang mogelijk op dunne banden rijden tot je voldoende kracht hebt om met dikke banden even snel te rijden. Normaal kan je zeker tot 13 jaar met dunne banden blijven rijden.
De meeste ‘standaard’ nieuw gekochte fietsen hebben een verzet (tandwielcombinatie) dat niet optimaal aan jouw lichaam is aangepast.
 

Pas op: trap niet te zwaar dat is slecht voor je knieën!

De tabellen hieronder geven globaal de afgelegde afstand (in cm) per pedaalomwenteling voor dikke en dunne banden. De berekeningen kunnen een afwijking geven omdat de diameter van de banden ook afhankelijk is van het profiel.

 

 

(Wieldiameter 49 cm = 20″ x 1 3/4 Dikke band)

Voortandwiel

Achtertandwiel 38 39 40 41 42 43 44
15 390 400 411 421 431 441 452
16 366 375 385 394 404 414 423
17 344 353 362 371 380 389 398
               
 

(Wieldiameter 52 cm = 20″ x 1 3/8 Dunne band)

Voortandwiel

Achtertandwiel 38 39 40 41 42 43 44
15 414 425 436 447 457 468 479
16 388 398 408 419 429 439 449
17 365 375 384 394 404 413 423
Het Groene gebied is veilig (afhankelijk van je lichaamsbouw), Rood is zeker gevaarlijk, Oranje is niet gevaarlijk maar te licht.
Richtafstanden voor een 7 jarige zijn 375 cm op een mini (dunne banden en 39/17 tanden) tot maximaal 423cm; voor 14 jaar en ouder op een pro-XL (dikke banden en 44/16 tanden).
Je kunt het ook zelf uitrekenen voor andere wieldiameters:
Meet de buitendiameter van de band. Vermenigvuldig dit met 3,14. Het resultaat is de omtrek van de band. Vermenigvuldig dit met het aantal tanden op je voortandwiel en deel dit door het aantal tanden op je achtertandwiel. Het resultaat is de afgelegde afstand per pedaalomwenteling.Blijf zo lang mogelijk op dunne banden rijden tot je voldoende kracht hebt om met dikke banden even snel te rijden. Normaal kan je zeker tot 13 jaar met dunne banden blijven rijden.
Bij een lichter verzet kun je sneller starten maar dat voordeel raak je daarna kwijt.
Bij een zwaarder verzet start je traag maar kun je harder rijden. Het kost allebei teveel energie.
Wanneer je het idee hebt dat je je benen voorbij trapt kan het tijd zijn voor een zwaardere combinatie, maar maak daarmee kleine stappen. Vraag het bij twijfel aan je trainer.Wanneer je te licht of te zwaar trapt, kun je in de tabel opzoeken wat de dichtstbijzijnde lichtere of zwaardere combinatie is.

De lengte van de cranks speelt ook een rol. Veel gebruikte lengtes zijn 145 op een micro-mini, 155 mm op een miniframe, 170 mm op een Expertframe en 175-180 mm op een Pro- of XL- frame.

Een andere lengte vormt de afstand tussen trapas en de as van het achterwiel: de brug. Hoe korter de brug hoe eenvoudiger doorgaans het springen wordt. Meestal heb je echter geen keuze.